Commentaar
Ivoor
Hooghalen
steekt de vlag uit. Het omstreden junkenkamp is van de baan. Met dank aan de
gemeenteraad, die de sentimenten in het dorp - tien jaar geleden bedrogen met
het asielzoekerscentrum - goed heeft aangevoeld. Dat kan van het college bepaald
niet worden gezegd. Vanuit de ivoren toren hebben burgemeester TerAvest en zijn
wethouders het plan van GGZ Drenthe met open armen binnengehaald zonder blijk
te geven van enig inlevingsvermogen in de gevoelens van het dorp. Het valt de
gemeenteraad van harte te prijzen dat deze niet omwille van de lieve vrede en
de maagdelijkheid van het nieuwe college toch maar akkoord is gegaan. Hooghalen
mag met belangstelling afwachten wat het college gaat doen om het geschonden
vertrouwen te herstellen.
Commentaar uit 'DvhN' 29-4-2006
Gelopen
race
De
geschiedenis herhaalt zich in Hooghalen. Ditmaal gaat het niet om een
asielzoekerscentrum (azc), maar om een andersoortige en permanente opvang: voor
verslaafde en psychisch zieke daklozen.
Een nobel
streven om deze onfortuinlijke medeburgers op te vangen en te behandelen in het
Drentse land, maar net als bij de komst van het azc is er ook nu veel
discussies, irritatie en onrust.
Destijds
kwam er toch een azc en het heeft er alle schijn van dat de opvang voor
daklozen ook haar deuren zal openen.
Vorige
week mocht Hooghalen zich uitspreken over het plan en dat leverde de weinig
verrassende algemene reactie op: 'Wij willen de opvang niet.'
Dat ging
gepaard met enkele argumenten, waarvan het kwijtraken van bouwmogelijkheden
voor het eigen dorp de belangrijkste was.
Initiatiefnemer
GGZ-Drenthe kan rekenen op een positieve opstelling van het college van b en w,
de provincie en het randstedelijke Den Haag.
Zo bezien lijkt het een gelopen race, want dat is een lobbycircuit waar je als
dorpeling nauwelijks toegang tot hebt.
Hooghalen
rest eigenlijk maar één ding: houd je poot stijf en haal er zoveel mogelijk uit
op het punt van woningbouw.
Onder het
motto 'voor wat hoort wat' lijkt dat wisselgeld de meest haalbare winst in deze
situatie.
Ron
de Vos