Hooghalen is ontstaan op de flank van een zandrug, globaal met een zuidwest-noordoostelijke ligging. Geconcentreerd in het dorp lagen de boerderijen.
De es van Hooghalen werd aangelegd op het hoogste deel van de rug, ten zuidoosten van het dorp.
Hier werd vooral granen verbouwd met name rogge.

Rond het dorp en de es lag het veld dat bestond uit droge en natte heidevelden. Het vervulde een belangrijke funktie in de dorpseconomie met betrekking tot de mestvoorziening die noodzakelijk was om de vruchtbaarheid op peil te houden.
Ten noorden van het heideveld lagen de Hooghaler weilanden aan weerszijden van het Anreper Diep.
Zij dienden als veeweide en hooileverancier.

Vanaf de Middeleeuwen tot laat in de negentiende eeuw vormden het dorp, de es, het heide(veld), de weilanden en tevens het (gebruiks)bos een samenhangend geheel waarbinnen alle onderdelen een eigen funktie hadden.
Voor een deel zijn ze nog in het huidige landschap herkenbaar. De grootste verandering heeft zich voorgedaan in het veld, dat voor een deel ontgonnen en voor een veel groter deel bebost is.


Haelen.

In de achttiende eeuw wordt er nog geen onderscheid gemaakt tussen Hooghalen en Laaghalen.
Aanvankelijk vormden de beide dorpen een eenheid binnen hetzelfde grondgebied: de marke van Haelen.
Het ontstaan van het esdorp Haelen dateert evenals vele andere Drentse esdorpen waarschijnlijk uit de vroege Middeleeuwen.

De zandrug moet echter reeds in de prehistorie bewoond zijn geweest, getuige de archeologische vondsten zoals de resten van hunebedden en grafheuvels.
Ook is het aannemelijk dat er prehistorische trekwegen over de zandrug gelopen hebben.
Haelen - de naam duidt op een droge omgeving - bestond tijdens de eerste eeuwen van zijn bestaan uit drie of vier boerderijen, waarvan er in later tijd één toebehoorde aan het klooster te Ruinen.
De nederzetting lag toen op de plaats van het huidige Hooghalen.

In 1798 telden Hoog- en Laaghalen tezamen 14 huishoudens en ongeveer 81 inwoners.
Bijna iedereen was toen boer. Er was één schaapherder en één boer was tevens kastelein.
Hoe de huizen over de beide dorpen waren verdeeld is niet bekend, maar afgaande op de kadastrale gegevens van 1832 zou dat een verdeling zijn van 9 en 5.
Het zou betekenen dat Haelen tussen 1798 en 1832 niet is gegroeid, want het huizental is in beide jaren hetzelfde.

In 1864 is de marke van Haelen officieel in tweeën gesplitst, hoewel de dorpen al langer zelfstandige eenheden vormden beide met een eigen es.
Laaghalen is waarschijnlijk ontstaan als een afsplitsing van Hooghalen.
Deze vond reeds plaats in de Middeleeuwen als gevolg van bevolkingsgroei.
Rond 1900 telde Hooghalen ongeveer 300 inwoners en 40 boerderijen, enkele winkels, een school, een smederij, en een melkfabriekje.

Hooghalen heeft bij de bevrijding in 1945 nogal wat oorlogsschade opgelopen.
Tengevolge van de gevechten is de oude dorpskern het z.g. 'Middendorp' met zijn oude karakteristieke Saksische boerderijen geheel afgebrand.
Na de oorlog hebben forenzen zich in Hooghalen gevestigd en hebben veel boerderijen hun agrarische funktie verloren.

Tegenwoordig telt Hooghalen(incl. buitengebied) ongeveer 1460 inwoners.
De dorpen Hoog- en Laaghalen zijn nu totaal door elkaar gescheiden door de verlaagd aangelegde autosnelweg A28.
De aanleg van deze weg betekende een grote ingreep voor het dorp.

(Gegevens ontleend aan het boekje "knapzakroute Hooghalen" van de Vereniging brede overleggroep kleine dorpen in Drenthe)




 terug Terug naar hoofdpagina

Disclaimer